Energietransitie: Hoe participatie de gemeente hierbij kan ondersteunen

energietransitie participatie

Een van de grootste uitdagingen van de komende jaren, voor zowel nationale als lokale overheden, zal de transitie naar duurzame energie zijn. Het is allang geen kwestie van mogen meer: bestuurders moeten daadwerkelijk stappen gaan zetten die een grote impact op de maatschappij zullen hebben. Participatie zal een grote rol spelen in het verduurzamen van de maatschappij. De energietransitie is een kans voor gemeenten, maar hoe dingen moeten worden aangepakt is duidelijk nog een probleem. [Laatste update: 4 maart 2020]

Er is geen ontkomen meer aan, niet voor burgers en niet voor de bestuurders en overheden die verantwoordelijk zijn voor de maatschappij waarin zij leven. Het klimaat verandert en er zijn drastische stappen nodig om de generaties die na ons komen dezelfde kwaliteit van leven te kunnen geven als waar wij nu van genieten. Grote klimaatconferenties, ambitieuze akkoorden en schokkende rapporten ten spijt: de echte verandering binnen een maatschappij moet op lokaal niveau gebeuren.

energietransitie-1

Burgers zelf komen al met initiatieven: ze kiezen voor een duurzamere auto, leggen zonnepanelen op de daken of besluiten hun leefwijze aan te passen. Kleine steentjes die voor grote veranderingen kunnen zorgen. Gemeenten moeten op hun beurt ook een steeds grotere rol gaan spelen, die verder gaat dan verschillende soorten vuilnisbakken op het gemeentehuis. Waar voorheen een groot deel van Nederlandse gemeenten hun energie nog uit het aardgas haalde, moet dat gaan veranderen. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk geworden voor een transitie naar duurzamere energie.

Zo is er afgesproken dat in 2030 gemeenten de helft minder CO2 uit moeten stoten. Een ambitieuze doelstelling die echter voorlopig vooral een obstakel is geworden. Eerder onderzocht het Algemeen Dagblad hoe gemeenten in de regio Rijnmond het wat betreft die doelstelling deden en de resultaten waren naar eigen zeggen “ontluisterend”. Op één gemeente na was er geen enkele concrete doelstelling geformuleerd.

Het Klimaatakkoord: Niet alleen bevoegdheid, ook regie

Eind 2019 kwam er nog meer op het bordje van gemeenten. Er werd bij een vergadering van de Vereniging voor Gemeenten (VNG) haast unaniem ingestemd met het Klimaatakkoord, waarbij meer verantwoordelijkheid over de vormgeving van een duurzaam beleid bij de gemeenten zelf terecht komt. Hoewel gemeenten nog eisen dat het Rijk met financiële garanties komt om te zorgen dat gemeenten daadwerkelijk hun doelstelling kunnen bewerkstelligen, schrijft het Klimaatakkoord voor dat “niet zozeer de bevoegdheid als wel de ‘regie’ voor een groot deel op het bord van gemeenten komt”.

Er staan veel maatregelen in het Klimaatakkoord, en we zullen enkele van de belangrijkste of meest opmerkelijke punten hieronder bespreken, maar de uitgangspunten van het akkoord zijn simpel:

  • Zo goed als geen aardgas meer voor nieuwe woningen, en reeds gebouwde woningen en gebouwen moeten ook van het aardgas af
  • Een transitie naar duurzame energie
  • Een sturende rol voor de gemeente
  • Veel mogelijkheden en verplichtingen wat betreft burgerparticipatie

Het Klimaatakkoord heeft goed begrepen dat iedereen verantwoordelijk is voor een groenere samenleving en dat alle onderdelen van de maatschappij hun steentje moeten bijdragen om te zorgen dat we ons daadwerkelijk aanpassen. Het Klimaatakkoord kijkt wat betreft die aanpassingen voornamelijk naar de volgende aspecten door verschillende organisaties, instanties en groepen bijeen te brengen.energietransitie -2

  • De rol van gemeenten (zie het hoofdstuk hieronder)
  • De rol van woningcorporaties als onderdeel van de huursector: Tot en met 2022 moeten gemeenten in samenwerking met huurwoningcorporaties 100,000 huurwoningen verduurzamen. Huurprijzen mogen niet stijgen als gevolg van de verduurzaming: standaardisering, schaalvergroting en innovatie moeten de kosten van die verduurzaming drukken.
  • Financiën: Particulieren, verenigingen en corporaties mogen de mogelijkheid tot duurzame investeringen krijgen via financieringsmogelijkheden. Dat kunnen aantrekkelijke leningen zijn, subsidies en een “warmtefonds”, wat een gemeentefonds is waar duurzame energie mee wordt ondersteund. Belastingen op elektriciteit moeten omlaag terwijl de belasting op gas juist stijgt, om woningeigenaren verder te stimuleren stappen te maken.
  • De rol van burgers: burgers krijgen steeds meer inspraak in wat gebeurt in hun gemeente. Dat was al zo via de nieuwe Omgevingswet, maar ook wat betreft de energietransitie mogen burgers, individueel of als onderdeel van een collectief, over meer dingen meepraten. Dat is niet alleen om ze inspraak te geven in een proces wat direct invloed heeft op hun omgeving, maar ook omdat er daadwerkelijk heel veel waarde in participatie zit als het aankomt op het uitstippelen van beleid. Een gemeente krijgt taken die nieuw zijn voor de ambtenaren, en wie kan beter adviseren over wat er waar moet gebeuren dan mensen die dag in dag uit wonen op de plek die verduurzaamd moet worden.

Toekomstige rol voor gemeenten

We spraken over burgers, corporaties (particulier of de huursector) en over hoe alles betaald wordt, maar wat vooral interessant is aan het Klimaatakkoord is de rol die gemeenten krijgen.

Zoals op de website van het Rijk over het Klimaatakkoord wordt aangegeven, moeten in 2050 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af. In 2030 moeten de eerste 1,5 miljoen reeds gebouwde woningen al gebruiken maken van duurzame energie. De gemeenten moeten kiezen welke wijken daarbij als eerste verduurzaamd worden, en moeten die beslissing in 2021 genomen hebben, uiteraard in samenspraak met burgers in kwestie. Voor gemeenten zijn in het Klimaatakkoord de volgende afspraken vastgelegd:

  • De rol van gemeenten in het proces van verduurzaming is een centrale rol. De beleidsbepalers binnen een gemeente krijgen de regie, en gaan aan de slag met bewoners, woningcorporaties en eigenaren van gebouwen om te kijken welke wijken wat voor vorm van duurzame energie krijgen.
  • De planning is uiteraard ook in handen van de gemeente. Zij moeten in 2021 een plan presenteren waarin staat welke wijken als eerst aan de beurt zijn wat betreft de verduurzaming. Elke vijf jaar kan de gemeente dat plan updaten. Volgens het Klimaatakkoord moet dat in samenspraak met burgers gaan: de planning wordt samen met hen afgestemd.
  • In samenwerking tussen het Rijk en gemeenten moeten er pilots worden opgestart, die bestaan uit wijken zonder aardgas die gebruik maken van duurzame energie. Op die manier krijgen gemeenten meer inzicht in hoe gebouwen en wijken ontworpen en gebouwd kunnen worden, om op die manier beter aan de planning te kunnen voldoen en geld te kunnen besparen.

We zitten op moment van schrijven in de eerste maanden van 2020 en dat betekent dat er niet veel tijd is voor gemeenten om de lijst van 2021 in te dienen. Het is in het akkoord vastgelegd dat het verduurzamen van wijken in samenspraak met burgers moet gaan. Het zijn, zoals we de afgelopen jaren wel vaker hebben gezien, doelstellingen en verplichtingen die daadwerkelijk kunnen bijdragen aan de vormgeving van beleid, mits gemeenten daadwerkelijk inzien wat de waarde van participatie is.

De waarde van participatie bij de energietransitie

De grootste fout die een ambtenaar kan maken is denken dat participatie een verplicht nummertje is dat moet worden opgevoerd om burgers een goed gevoel te geven en om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen zoals die zijn opgesteld in zaken als de Omgevingswet en het Klimaatakkoord. Burgers worden opgetrommeld, er wordt een presentatie opgevoerd en er wordt zogenaamd heel geïnteresseerd geluisterd naar wat de burger te zeggen heeft, om de waardevolle aanbevelingen vervolgens richting de prullenbak te sturen.

Participatie is echter een van de meest waardevolle instrumenten voor de vormgeving van breedgedragen beleid. Gemeenten krijgen taken die volledig nieuw voor ze zijn, die een grote impact hebben op de leefomgeving binnen zo’n gemeente en die eigenlijk alleen maar tot stand kunnen komen dankzij een nauwe samenwerking met de inwoners van die leefomgeving.

Tegelijkertijd is het begrijpelijk dat gemeenten moeite hebben met het begrip “participatie”. Het is een breed begrip dat op verschillende manieren uitgelegd kan worden en voor ambtenaren en beleidsvoerders die geen ervaring hebben met participatie lijkt het alleen maar alsof er meer verantwoordelijkheid bij een gemeente terechtkomt. Het tegenovergestelde is echter waar: bij een vlot werkende participatie van burgers wordt er juist druk en verantwoordelijkheid van de schouders van ene gemeente genomen.

Het is daarnaast de ultieme vorm van democratie: het volk bepaalt wat er verandert, hoe er wordt gewerkt, waar en wanneer er wordt gewerkt en zorgt ervoor dat de deskundigheid van een gemeente wordt gecombineerd met de ervaring en expertise die inwoners van een wijk in hun dagelijks leven opdoen. Zoals staat in het Klimaatakkoord: gemeenten gaat aan de slag met bewoners. Maar hoe doe je dat? Hoe kan je bij een energietransitie binnen een gemeente of het werken naar de doelstellingen in het Klimaatakkoord burgers betrekken? Hoe zorg je voor een vorm van participatie die daadwerkelijk zorgt voor een vlotter en succesvoller duurzaam beleid? Het antwoord ligt bij een ontwikkeling die even modern is als het duurzame vraagstuk: technologie.

Hoe technologie een rol speelt bij de energietransitie

Wie actuele problemen wil oplossen, moet moderne hulpmiddelen gebruiken. Participatie anno 2020 moet zijn ontworpen naar de eisen van de maatschappij. Het betrekken van burgers moet zijn toegespitst op de burgers zelf. Met andere woorden: het moet burgers makkelijk gemaakt worden, ze moeten bereikt worden waar ze het best bereikbaar zijn en gemeenten moeten zorgen dat ze zich aanpassen aan de vaak volle en drukke levens van hun inwoners, door te zorgen dat de vorm van participatie zo min mogelijk tijd en obstakels oplevert. Inwoners, van alle leeftijden en achtergronden, staan namelijk te trappelen om hun wijk te verbeteren. De instrumenten die een gemeente daarvoor biedt zijn echter niet altijd even efficiënt, de goede intenties daargelaten.

Het is een optelsom. Van jong tot oud: iedereen maakt gebruik van technologie. De technologie die het meest gebruikt wordt is uiteraard de smartphone. We zitten gemiddeld drie uur per dag op het internet via onze smartphone. Specifieker: we maken daarbij voornamelijk gebruik van applicaties. Sociale media-apps, nieuwsapps, spelletjes: via notificaties op ons startscherm krijgen we constant online signalen door.

Een applicatie ontwikkelen die volledig is toegespitst op het Klimaatakkoord zou een oplossing kunnen zijn, ware het niet dat elke gemeente anders is en je dus een applicatie nodig hebt die persoonlijker is. De Gemeentepeiler app is onder andere ontwikkeld om dit probleem om te lossen.

  • De Gemeentepeiler app biedt een platform dat volledig kan worden ontworpen in de stijl van een gemeente. Het logo, het lettertype, het kleurgebruik, : het platform en dus de app wordt een uniek instrument dat herkenbaar is voor burgers
  • Burgers kunnen de app op hun telefoon installeren en ontvangen een pushmelding als er nieuwe peilingen zijn verstuurd door de gemeente, die ze simpel kunnen invullen wanneer ze willen. Zo blijft het toegankelijk, voor alle leeftijden
  • Peilingen kunnen worden gecreëerd zoals een gemeente dat wil – bijvoorbeeld over energietransitie of verduurzaming
  • Nadien kunnen er terugkoppelingen worden verstuurd, updates en kan er op die manier een vervolg gegeven worden aan de participatie: dat proces stopt namelijk nooit

Een van de grootste uitdagingen voor gemeenten in de komende jaren ligt niet in hoe de doelstellingen van het Klimaatakkoord moeten worden gehaald. Ze liggen ook niet in hoe de energietransitie succesvol kan worden. De grootste uitdaging voor de gemeente wordt hoe alle partijen die een rol zullen spelen in dit proces bijeengebracht zullen worden. Hoe participatie een sleutelinstrument kan worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *